Home / Kenniscentrum / Begrippen

Naslag

Begrippen van biobased bouwen en stucwerk

Lambda, Rc, μ-waarde, capillair actief, carbonatatie: op offertes en technische bladen kom je ze steeds tegen. Hier staat per begrip wat het is en waarom het op de bouw uitmaakt.

B

Balkkop

Het uiteinde van een houten vloerbalk dat in de buitenmuur ligt opgelegd. Bij binnenisolatie wordt het daar kouder en natter, met kans op houtrot.

In een jaren-30 huis liggen de vloerbalken met hun kop in de buitenmuur. Zolang die muur aan de binnenkant warm blijft, droogt de kop prima uit.

Zet je binnenisolatie tegen die muur, dan wordt het buitenste deel van de muur kouder en droogt het langzamer. De balkkop zit precies in die zone. Lekt er ook nog warme binnenlucht via kieren langs de balk naar buiten, dan slaat daar vocht neer. Zo krijg je houtrot zonder dat je het ziet.

Een Vlaamse praktijkgids over binnenisolatie noemt rot in balkkoppen een van de grootste risico's. Mijn volgorde: eerst de muur droog en de gevel dicht, dan de aansluiting rond de balk luchtdicht maken. Bij twijfel laat je een bouwfysicus rekenen.

Zie ook: Koudebrug, Capillair actief, Inwendige condensatie, Slagregen · Meer over gevel › · Uitleg: Tim van den Berg

Biobased

Bouwmaterialen gemaakt van plantaardige of dierlijke grondstoffen die opnieuw groeien, zoals hout, stro, hennep, vlas, riet en schapenwol.

Biobased zegt iets over de grondstof: die komt van een gewas of een dier en groeit terug. Houtvezelplaat, strobalen, hennepscheven, vlas, riet en schapenwol vallen eronder.

Leem en kalk zijn strikt genomen niet biobased. Het zijn minerale materialen. Ze horen wel in hetzelfde rijtje, omdat ze dampopen zijn en goed samenwerken met biobased isolatie. Daarom zie je ze bij Ecogilde samen.

Het label alleen zegt weinig. Een houtvezelgevel met een te dichte afwerking gaat net zo goed mis als een gevel met minerale wol. Ik raad aan om materialen te vergelijken op wat voor jouw huis telt: isolatiewaarde, dampopenheid, brandklasse en prijs. Daarvoor is de materialencheck van RenovaEco (renovaeco.org/nl/compare) bedoeld.

Zie ook: Biogene koolstof (CO₂-opslag), MPG (milieuprestatie gebouwen), Houtvezelplaat, Strobalenbouw · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Biogene koolstof (CO₂-opslag)

De koolstof die een plant tijdens de groei uit CO₂ heeft opgenomen en die in het bouwmateriaal blijft zitten zolang het niet verrot of verbrandt.

Een boom of hennepplant haalt CO₂ uit de lucht en bouwt daar koolstof van in. Verwerk je dat materiaal in een huis, dan blijft die koolstof daar zitten. Dat heet biogene koolstof.

TNO rekent voor vurenhout met ongeveer 0,45 kg koolstof per kg hout. Omgerekend naar CO₂ (keer 44/12) is dat zo'n 1,65 kg CO₂ per kg hout. Een houtvezelgevel of strobalenwand is dus ook een opslag.

Let wel op hoe er gerekend wordt. TNO schrijft in hetzelfde rapport dat die tijdelijke opslag niet meetelt in de MPG. Sinds 1 juli 2026 geldt een nieuwe rekenmethode. Zie ik in een brochure of offerte dat een huis CO₂-negatief heet, dan vraag ik altijd met welke methode dat is gerekend.

Zie ook: Biobased, MPG (milieuprestatie gebouwen), Kalkhennep, Houtvezelplaat · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Brandklasse (Euroklasse)

Europese indeling volgens EN 13501-1 van hoe een bouwmateriaal zich bij brand gedraagt, van A1 (onbrandbaar) tot en met F.

De Euroklasse loopt van A1 en A2 via B, C, D en E naar F. A1 is onbrandbaar. E draagt merkbaar bij aan brand. F haalt de eisen van E niet of is niet bepaald. Bij A2 tot en met D komen er labels bij voor rook (s1 tot s3) en brandende druppels (d0 tot d2).

Bij biobased bouwen is dit vaak de eerste vraag van de gemeente. Een losse houtvezelplaat zoals Gutex Thermowall-L staat op het blad als klasse E. Een leemafwerking van Claytec als A1.

Daarom telt de hele opbouw. Een wand met een dikke leem- of kalkpleister gedraagt zich anders dan de kale plaat. Vraag bij een gevel naar de geteste opbouw als geheel. De klasse van één losse plaat zegt te weinig.

Zie ook: Houtvezelplaat, Leem, Strobalenbouw · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

C

Capillair actief

Een materiaal is capillair actief als het vloeibaar water via fijne poriën opzuigt en verspreidt, zodat het aan het oppervlak kan uitdrogen.

Denk aan een suikerklontje in de koffie. Water trekt via fijne poriën het materiaal in. Leem, kalk, houtvezel en calciumsilicaat doen dat. Cementpleister, gipsplaat met latex en folie veel minder of niet.

Bij binnenisolatie op een massieve muur is dat een voordeel. Vocht dat in de koude zone tegen de muur neerslaat, wordt weer naar binnen verdeeld en droogt aan de kamerkant op. Dan moet de afwerking wel dampopen zijn: kalk of leem, geen latexverf.

Een Vlaamse praktijkgids voor binnenisolatie geeft wel een waarschuwing die ik graag doorgeef: laat capillair actief materiaal niet direct tegen een balkkop aansluiten. Het kan vocht juist naar het hout toe trekken.

Zie ook: Hygroscopisch, Dampopen, Balkkop, Opstijgend vocht · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Carbonatatie

Het uitharden van luchtkalk: kalkhydraat neemt CO₂ uit de lucht op en wordt weer kalksteen (calciumcarbonaat). Daarbij komt water vrij.

Kalk in een pleister wordt niet hard door te drogen, maar door CO₂ uit de lucht op te nemen. Calciumhydroxide wordt calciumcarbonaat, in feite weer kalksteen. Daar is lucht en een beetje vocht in de poriën voor nodig.

In de praktijk betekent dat: een kalkpleister die in zon of wind te snel uitdroogt, carbonateert slecht. Hij blijft zacht of zandt af. Ik houd vers kalkwerk daarom ongeveer een week vochtig en uit de felle zon. Vorst is ook uit den boze.

Wil je er silicaatverf op zetten, wacht dan. Baumit schrijft in zijn technisch blad voor dat de onderpleister volledig gecarbonateerd moet zijn en minstens 7 dagen moet staan, afhankelijk van dikte en weer.

Zie ook: Luchtkalk, Kalkputty, Silicaatverf, Hydraulische kalk (NHL) · Meer over kalk › · Uitleg: Tim van den Berg

D

Dampopen

Een laag is dampopen als waterdamp er makkelijk doorheen kan. Volgens DIN 4108-3 geldt dat bij een sd-waarde van 0,5 meter of minder.

Dampopen gaat over waterdamp, niet over water. Een dampopen laag laat damp door, zodat een wand kan uitdrogen. De Duitse norm DIN 4108-3 noemt een laag dampopen bij een sd-waarde tot 0,5 m.

Het gaat vaak mis in de laatste laag. Tim ziet op de bouw regelmatig een kalkpleister op een houtvezelgevel, met daarover een acrylaat sierpleister of latexverf. Dan zit er ineens een rem op de buitenkant.

De vuistregel die ik meegeef: van binnen naar buiten steeds opener. Binnen mag het wat dichter, buiten moet het het meest open zijn. Zo kan vocht dat in de wand komt altijd naar buiten weg.

Zie ook: sd-waarde, μ-waarde (dampdiffusieweerstandsgetal), Dampremmer, Silicaatverf · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Dampremmer

Een laag aan de warme kant van de isolatie die beperkt hoeveel waterdamp de constructie in trekt, zonder damp helemaal tegen te houden.

Een dampremmer zit aan de binnenkant van de isolatie. Hij remt de damp uit de woning, zodat er in de koude zone van wand of dak niet te veel vocht neerslaat.

Er zijn ook vochtvariabele remmers. Die zijn in de winter dichter en in de zomer opener, zodat de constructie naar binnen kan drogen. De Intello Plus van pro clima heeft volgens de Passiefhuis-database een sd-waarde die schuift tussen 0,25 en 25 m.

Een remmer werkt alleen als hij luchtdicht is afgeplakt. Met open naden of een doorgeprikt gat voor een stopcontact doet hij weinig. Of je er een nodig hebt en welke, hangt af van de hele opbouw. Ik raad aan om dat door een bouwfysicus met een vochtberekening te laten bepalen.

Zie ook: Dampscherm, sd-waarde, Inwendige condensatie, Houtskeletbouw (HSB) · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Dampscherm

Een laag die waterdamp vrijwel helemaal tegenhoudt, zoals aluminiumfolie. DIN 4108-3 noemt een laag dampdicht vanaf een sd-waarde van 1500 m.

Waar een dampremmer damp afremt, houdt een dampscherm het zo goed als tegen. Denk aan een aluminium laag op isolatieplaten. De Duitse norm DIN 4108-3 noemt een laag dampdicht vanaf een sd-waarde van 1500 m. PE-folie heet in de praktijk ook vaak dampscherm, maar haalt met een sd-waarde van ongeveer 20 m die grens niet.

Het probleem bij renovatie: een dampscherm laat ook niets terug. Vocht dat via een lekke voeg, een kier of opstijgend vocht in de wand komt, kan aan de binnenkant niet meer weg.

Tim komt in oude huizen regelmatig folie tegen achter gipsplaat, met erachter een natte muur. In een biobased opbouw kies je daarom meestal voor een remmer of een dampopen opbouw. Welke het wordt, hangt af van een berekening en niet van een gevoel.

Zie ook: Dampremmer, sd-waarde, Dampopen, Inwendige condensatie · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Dauwpunt

De temperatuur waarbij waterdamp in de lucht condenseert tot water. Bij 20 °C en 50% relatieve luchtvochtigheid ligt die rond 9 °C.

Lucht kan maar een bepaalde hoeveelheid waterdamp vasthouden. Koelt die lucht af, dan komt er een punt waarop het vocht neerslaat. Dat is het dauwpunt.

In een gewone woonkamer van 20 °C en 50% luchtvochtigheid ligt het dauwpunt rond de 9 °C. Elk oppervlak dat kouder is, wordt nat. Je ziet het aan beslagen ramen. En aan zwarte schimmel in de hoek achter de kast of op een koude latei.

In een wand gaat het precies zo. Komt warme, vochtige binnenlucht in de constructie een laag tegen die kouder is dan het dauwpunt, dan ontstaat inwendige condensatie. Daarom kijk ik bij elke materiaalkeuze eerst naar de volgorde van de lagen en pas daarna naar de isolatiewaarde.

Zie ook: Inwendige condensatie, Koudebrug, Dampremmer · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

F

Faseverschuiving

De tijd tussen de hoogste temperatuur buiten en de hoogste temperatuur binnen. Een maat voor hoe goed een dak of wand de zomerhitte vertraagt.

Op een zonnige dag wordt het dak 's middags heet. De tijd die die warmte nodig heeft om binnen te komen, heet de faseverschuiving. Je drukt het uit in uren.

Steico rekent in een eigen brochure twee daken door met dezelfde isolatiedikte. Met houtvezel kwam de piek na ongeveer 11,5 uur binnen, met minerale vezel na 6,7 uur. Bij houtvezel komt de warmte dus pas laat op de avond binnen, rond 23 uur, als de ramen open kunnen.

Een veelgestelde vraag is waarom een zolder onder houtvezel 's zomers langer koel blijft. Dat komt door de hogere dichtheid en warmtecapaciteit, niet door een betere lambdawaarde.

Zie ook: Warmtecapaciteit, Houtvezelplaat, Lambdawaarde (λ) · Meer over houtvezel › · Uitleg: Richard Kleefman

Fijnleem (afwerkleem)

De dunne leemlaag waarmee je een leemwand afwerkt. Er zit fijn zand in, zodat je een gladde of licht korrelige wand krijgt van een paar millimeter.

Op de grove leemlaag komt de afwerklaag. Daar zit fijner zand in, zodat je hem dun en strak kunt zetten. Bij Claytec Lehm-Oberputz fein 06 gaat het om zand tot 0,6 mm en een laagdikte van 2 tot 3 mm.

Ik zet hem op een grondlaag die goed droog is, maar niet te hard zuigt. Zuigt de grondlaag te hard, dan trekt de afwerking te snel aan en hecht hij slecht. Te nat en je krijgt krimpscheuren. Even nevelen helpt.

Afwerken kan glad met een spaan, of met een vochtige spons voor meer korrel. Verf is niet nodig. Wil je kleur, kies dan een gekleurde afwerkleem of een leemverf. Geen latex, want dan ben je de vochtbuffering kwijt.

Zie ook: Leem, Grondlaag (raaplaag), Vochtbuffering · Meer over leem › · Uitleg: Tim van den Berg

G

Grondlaag (raaplaag)

De eerste, dikkere pleisterlaag die de muur uitvlakt en de basis vormt voor de afwerklaag. Bij leem zit er vaak stro of vezel in.

De grondlaag doet het zware werk. Hij vlakt de muur uit, vult gaten en geeft de afwerklaag een gelijkmatige ondergrond. Bij leem zit er vaak stro of vezel in tegen krimp, bij kalk een grovere zandkorrel.

Op oude muren zie ik dat een grondlaag die in één keer te dik is opgezet gaat zakken of scheuren. Dikker werk zet ik daarom in lagen op, met weefsel in de bovenste laag waar dat nodig is.

De grondlaag moet goed droog zijn voor je afwerkt. Bij leem kan dat met koud en vochtig weer weken duren. Wie dat overslaat, krijgt vlekken en scheuren in de afwerking.

Zie ook: Fijnleem (afwerkleem), Wapeningsweefsel, Stucdrager, Hechtprimer (voorstrijk) · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Tim van den Berg

H

Hechtprimer (voorstrijk)

Een voorstrijkmiddel dat de zuiging van de ondergrond gelijk trekt of een ruwe hechtlaag geeft, zodat leem of kalk goed blijft zitten.

Niet elke ondergrond pakt pleister vanzelf. Beton en gipsplaat zijn te glad om pleister aan te laten haken, en beton zuigt ook nog weinig. Oude kalk of baksteen zuigt juist hard en ongelijk.

Een hechtprimer met kwartszand geeft een ruwe laag waar leem of kalk aan kan haken. Een voorstrijk zonder korrel regelt vooral de zuiging, zodat je pleister niet verbrandt.

Wat ik vaak zie: een gewone latex-voorstrijk onder een leemwand. Daarmee zet je een remmende film tussen muur en pleister. Gebruik een primer die bij het systeem hoort, liefst van dezelfde leverancier als je leem of kalk. Bij twijfel zet ik een proefvlak en doe ik een krasproef.

Zie ook: Grondlaag (raaplaag), Stucdrager, Leem · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Tim van den Berg

Hennepscheven

Het houtige binnendeel van de hennepstengel, in stukjes gehakt. Met kalk als bindmiddel en water vormen scheven samen kalkhennep.

Een hennepstengel heeft een vezelige buitenkant en een houtige kern. Die kern, in kleine stukjes gehakt, heet scheven. Gemengd met een kalkbindmiddel en water krijg je kalkhennep.

Scheven zijn licht, poreus en nemen veel vocht op. Dat is goed voor de vochtbuffering van de wand, maar het maakt de verwerking gevoelig. Te nat aangemaakt en de wand, die toch al maanden moet drogen, droogt nog langer.

Vakmensen die met kalkhennep werken, merken dat de kwaliteit van scheven verschilt. Veel stof of lange vezels erin geeft een andere mix. Ik raad aan om scheven te kiezen die voor de bouw bedoeld zijn, geen strooisel voor dieren.

Zie ook: Kalkhennep, Biobased, Vochtbuffering · Meer over kalkhennep › · Uitleg: Richard Kleefman

Houtskeletbouw (HSB)

Bouwmethode met een draagframe van houten stijlen en regels. De ruimte ertussen wordt gevuld met isolatie en de buitenkant met plaat dichtgezet.

Bij HSB draagt een frame van houten stijlen het gewicht. Tussen de stijlen komt isolatie, zoals houtvezel, cellulose of stro. Aan de buitenkant komt vaak een houtvezelplaat waar een kalkpleister op kan, of een houten gevelbekleding.

Drie punten bepalen of een HSB-wand goed blijft: de luchtdichte laag binnen goed afplakken, de opbouw van binnen naar buiten steeds dampopener, en de onderkant uit het spatwater. Juist daar ziet Tim bij het stucwerk op houtvezelgevels de meeste fouten.

HSB is licht en snel te bouwen. Het nadeel is dat er weinig massa in zit. Een leemwand aan de binnenkant geeft dan warmtecapaciteit en vochtbuffer terug.

Zie ook: Houtvezelplaat, Dampremmer, Warmtecapaciteit, Strobalenbouw · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Houtvezelplaat

Isolatieplaat van samengeperste houtvezels voor dak, wand en gevel. Op een geschikte, drukvaste plaat kun je direct een pleistersysteem zetten.

Een houtvezelplaat wordt gemaakt van vezels uit resthout, geperst tot plaat. Er zijn zachte platen voor tussen de stijlen en drukvaste platen voor buitengevels die je kunt pleisteren.

Neem de Gutex Thermowall-L, een veelgebruikte gevelplaat: lambda 0,039 W/mK (rekenwaarde), μ-waarde 3, dichtheid rond 110 kg/m³ en een warmtecapaciteit van 2100 J/kgK. Dat laatste zorgt voor de goede zomerprestatie.

Vergelijk je platen, kijk dan eerst of de plaat drukvast en pleisterbaar is. Voor de afwerking geldt één systeem: onderpleister met weefsel, afwerkpleister en een dampopen verf. Tim legt in zijn blog over een Gutex gevel stucen met kalk uit waarom merken door elkaar gebruiken tot scheuren leidt.

Zie ook: Wapeningsweefsel, Faseverschuiving, Brandklasse (Euroklasse), Houtskeletbouw (HSB) · Meer over houtvezel › · Uitleg: Richard Kleefman

Hydraulische kalk (NHL)

Kalk die door kleiachtige bestanddelen ook met water uithardt. NHL is natuurlijke hydraulische kalk; het getal erachter staat voor de druksterkte.

Kalksteen met wat klei erin geeft bij het branden een kalk die ook met water uithardt, naast de CO₂ uit de lucht. Dat is hydraulische kalk. Zonder toevoegingen heet het NHL, natuurlijke hydraulische kalk.

De klassen NHL 2, NHL 3,5 en NHL 5 staan voor de minimale druksterkte in N/mm² na 28 dagen volgens EN 459-1. Hoe hoger de klasse, hoe harder de mortel.

Buiten gebruik ik vaker NHL, omdat hij sneller hard wordt en beter tegen weer en vorst kan dan pure luchtkalk. Op een zachte oude baksteen kies ik juist een lage klasse. De pleister mag nooit harder zijn dan de steen eronder.

Zie ook: Luchtkalk, Carbonatatie, Tadelakt · Meer over kalk › · Uitleg: Tim van den Berg

Hydrofoberen

Een gevel waterafstotend maken met een middel dat in de poriën trekt. Regen parelt af, maar het kan ook het uitdrogen van de muur remmen.

Een hydrofobeermiddel trekt in de steen of voeg en maakt de poriën waterafstotend. Regen parelt af en de gevel blijft droger.

Dat klinkt goed, maar ik zie er ook schade van. Zit er al vocht in de muur, of komt het binnen via een kapotte voeg, een lekkende goot of opstijgend vocht, dan kan het er moeilijker uit. Bij vorst kan dan de buitenkant van de steen afspringen.

Mijn volgorde: eerst de voegen herstellen, goten en aansluitingen in orde, plint vrij van spatwater. Pas daarna kijken of hydrofoberen nog nodig is. Op een kalkpleister kies ik liever een goede silicaatverf of kalkverf dan een impregneermiddel.

Zie ook: Slagregen, Opstijgend vocht, Silicaatverf, Spatwater en plint · Meer over gevel › · Uitleg: Tim van den Berg

Hygroscopisch

Een materiaal is hygroscopisch als het waterdamp uit de lucht opneemt en weer afgeeft, afhankelijk van de luchtvochtigheid.

Hygroscopisch gaat over damp, capillair over vloeibaar water. Een hygroscopisch materiaal neemt vocht uit de lucht op als het vochtig is en geeft het af als het droger wordt.

Leem, hout, houtvezel, hennep en kalk doen dat duidelijk. Glas, metaal en kunststof niet. Gipsplaat met latexverf een beetje.

Dat merk je in een badkamer of slaapkamer. Na het douchen neemt een leemwand een deel van het vocht op en geeft het later rustig af. Hoeveel een leempleister opneemt, staat op het technisch blad als sorptieklasse. Vergelijk je leempleisters, dan is dat het getal waar ik naar kijk.

Zie ook: Vochtbuffering, Capillair actief, Leem · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

I

Inwendige condensatie

Condensatie van waterdamp binnen in een wand, dak of vloer, op een plek die kouder is dan het dauwpunt. Vaak zie je het pas als er schade is.

Warme binnenlucht bevat damp. Die damp trekt de constructie in. Komt hij daar een laag tegen die kouder is dan het dauwpunt, dan wordt het water. Dat is inwendige condensatie.

Het verraderlijke is dat je het niet ziet. Het speelt achter de gipsplaat of onder de pleister. Pas als er schimmel doorkomt, het hout rot of de pleister loslaat, weet je het.

Of een opbouw veilig is, bereken je met een Glaser-berekening of een dynamische simulatie zoals WUFI. Dat is werk voor een bouwfysicus. Bij binnenisolatie of een twijfelachtige gevel raad ik aan om die berekening te laten maken. Dat kost wat, maar minder dan een natte muur.

Zie ook: Dauwpunt, Dampremmer, Balkkop, sd-waarde · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

ISDE

Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing van RVO. Huiseigenaren krijgen een bedrag per m² voor onder meer gevel-, dak- en vloerisolatie.

Met de ISDE krijg je als huiseigenaar subsidie voor isolatie, warmtepompen en zonneboilers. Voor gevelisolatie vraagt RVO een Rd-waarde van minimaal 3,5 en minimaal 10 m².

Doe je twee of meer maatregelen binnen 24 maanden, dan verdubbelt het basisbedrag. Voor biobased isolatie die op de meldcodelijst staat, komt er een extra bonus per m² bij. Je vraagt aan binnen 24 maanden na afronding, met foto's en een factuur met meldcode en aantal m².

Bedragen en regels veranderen per jaar. Kijk dus altijd op rvo.nl voordat je begint, en check of je isolatieproduct op de meldcodelijst staat. Met de subsidiecheck van RenovaEco (renovaeco.org/nl/subsidies) zie je welke regelingen bij jouw plan passen.

Zie ook: Warmtefonds, Rc-waarde, Houtvezelplaat · Meer over subsidies › · Uitleg: Richard Kleefman

K

Kalkhennep

Mengsel van hennepscheven, kalkbindmiddel en water dat als isolerende vulling, blok of pleister wordt gebruikt. Het is niet dragend.

Kalkhennep (hempcrete) wordt rond een houten skelet gestort of gespoten, of als blokken gemetseld. Het draagt zelf niets. De druksterkte ligt rond 0,3 N/mm², dus er zit altijd een draagconstructie in.

De isolatiewaarde hangt sterk af van de dichtheid. Voor droge kalkhennep lopen de waarden in de literatuur uiteen van ongeveer 0,05 tot 0,14 W/mK. Je hebt dus een flinke dikte nodig.

Bij de vakmensen in het netwerk van Ecogilde is drogen het grote punt. Een gestorte wand moet maanden kunnen uitdrogen voordat er afgewerkt wordt. Daarna komt er kalk of leem op, nooit een dichte pleister.

Zie ook: Hennepscheven, Luchtkalk, Vochtbuffering, Biogene koolstof (CO₂-opslag) · Meer over kalkhennep › · Uitleg: Richard Kleefman

Kalkputty

Gebluste luchtkalk die als dikke pasta onder water wordt bewaard en rijpt. De basis voor traditionele kalkmortel, kalkpleister en kalkverf.

Ongebluste kalk met een overmaat water geeft een romige pap die verder rijpt tot kalkputty. Onder water komt er geen CO₂ bij, dus het blijft lang goed.

Meestal laat je putty 2 tot 3 maanden rijpen. Hoe langer, hoe smeuïger. Putty is thixotroop: stijf in de kuip, soepel zodra je hem doorroert.

Voor een binnenpleister of een fijne kalkafwerking werk ik graag met putty. Hij verwerkt zachter dan kalk uit een zak poeder. Nadeel: hij hardt langzaam uit en is gevoelig voor vorst en snelle droging. Buiten op de gevel werk ik daarom vaker met NHL.

Zie ook: Luchtkalk, Kalkverf, Carbonatatie · Meer over kalk › · Uitleg: Tim van den Berg

Kalkverf

Verf op basis van gebluste kalk en water, eventueel met pigment, die door carbonatatie hard wordt en dampopen blijft.

Kalkverf is in de basis kalkputty, flink verdund met water, met pigment voor kleur. Hij hardt uit zoals een kalkpleister: door CO₂ uit de lucht.

Kalkverf dekt in de eerste laag slecht en wordt pas na drogen echt wit. Je zet dus meerdere dunne lagen. Op een kalkpleister geeft hij een matte, levendige wand en blijft de opbouw dampopen.

Op een oude latexlaag hecht kalkverf niet. Dat zie ik regelmatig: iemand wil een muur natuurlijk afwerken en zet kalk op latex. Binnen een jaar bladdert het. Eerst de latex eraf, of een dampopen verf kiezen die volgens het technisch blad op oude latex mag.

Zie ook: Kalkputty, Silicaatverf, Carbonatatie · Meer over kalk › · Uitleg: Tim van den Berg

Koudebrug

Plek in de schil waar warmte makkelijker naar buiten lekt dan ernaast, waardoor het binnenoppervlak koud wordt en condens of schimmel kan ontstaan.

Een koudebrug is een zwakke plek in de isolatie. Een betonnen latei, een doorgaande vloer, een kozijnaansluiting of een balkkop. Daar is het binnenoppervlak kouder dan de rest van de muur.

Die koude plek zakt sneller onder het dauwpunt. In de hoek achter de kast zie je dan zwarte puntjes. Bouwfysici rekenen met een ψ-waarde voor het warmteverlies en een temperatuurfactor voor het schimmelrisico. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) eist bij nieuwbouw van een woning een temperatuurfactor van minstens 0,65.

Bij een gevelrenovatie raad ik aan om vooral naar de dagkanten te kijken. Isoleer je de gevel en laat je de dagkant kaal, dan wordt de aansluiting bij het kozijn een van de koudste plekken van het huis.

Zie ook: Dauwpunt, Balkkop, U-waarde · Meer over gevel › · Uitleg: Richard Kleefman

L

Lambdawaarde (λ)

De warmtegeleidingscoëfficiënt λ in W/mK: hoe makkelijk warmte door een materiaal gaat. Hoe lager de waarde, hoe beter het isoleert.

De lambdawaarde is een materiaaleigenschap. Ze zegt hoeveel warmte er door een laag van 1 m dik en 1 m² groot gaat bij 1 graad temperatuurverschil.

Twee voorbeelden uit technische bladen. Een houtvezelplaat zoals Gutex Thermowall-L heeft een rekenwaarde van 0,039 W/mK. Een leemafwerking van Claytec zit op 0,91 W/mK. Leem is dus geen isolatie, al komt die vraag geregeld voorbij.

Let op het verschil tussen de nominale waarde en de rekenwaarde op het blad. Voor de Rc-berekening gebruik je de rekenwaarde. Lambda zegt ook niets over de zomer. Daarvoor kijk je naar warmtecapaciteit en faseverschuiving.

Zie ook: Rc-waarde, U-waarde, Warmtecapaciteit, Houtvezelplaat · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Leem

Natuurlijk mengsel van klei, silt en zand dat door drogen hard wordt, zonder chemische binding. Je kunt het weer nat maken en opnieuw gebruiken.

Leem is klei met silt en zand. De klei is het bindmiddel. Leem hardt niet chemisch uit zoals kalk of cement, het droogt gewoon. Maak je het nat, dan wordt het weer zacht. Dat maakt herstellen makkelijk.

Het technisch blad van een Claytec afwerkleem noemt een μ-waarde van 5/10, brandklasse A1 en de hoogste sorptieklasse WS III. Het laat dus damp door en buffert veel vocht.

De keerzijde: leem kan niet tegen stromend water. Buiten op een onbeschermde gevel of in een douche zet ik geen leem. Mijn eigen leem komt van Oskam in Emmen.

Zie ook: Fijnleem (afwerkleem), Vochtbuffering, Grondlaag (raaplaag), Hygroscopisch · Meer over leem › · Uitleg: Tim van den Berg

Luchtkalk

Kalk die alleen uithardt door CO₂ uit de lucht op te nemen. In zakken vaak te koop als kalkhydraat met de aanduiding CL 90.

Luchtkalk is kalk zonder kleibestanddelen. Hij hardt alleen uit met CO₂ uit de lucht. Je koopt hem als putty of als poeder (kalkhydraat). Op de zak staat dan bijvoorbeeld CL 90: calciumkalk met minstens 90% CaO + MgO volgens EN 459-1.

Luchtkalk geeft de zachtste en meest dampopen pleister. Daarom gebruik ik hem binnen en op zachte, oude ondergronden.

Het nadeel is tijd. Een luchtkalkpleister wordt langzaam hard en moet de eerste weken beschermd worden tegen vorst, regen en snelle droging. Bij buitenwerk in het najaar kies ik daarom eerder een hydraulische kalk.

Zie ook: Carbonatatie, Kalkputty, Hydraulische kalk (NHL) · Meer over kalk › · Uitleg: Tim van den Berg

M

MPG (milieuprestatie gebouwen)

De berekende milieubelasting van een nieuw gebouw over de hele levensduur, uitgedrukt in euro per m² bruto vloeroppervlak per jaar.

Voor nieuwbouw lever je bij de vergunning een MPG-berekening in. Alle materialen worden doorgerekend op milieueffecten, van winning tot sloop, en uitgedrukt in euro per m² bvo per jaar.

Volgens RVO lag de grens voor woningen op 0,8. Per 1 juli 2026 geldt een nieuwe rekenmethode, met een grenswaarde van 1,6 voor woningen. RVO zegt erbij dat de eis in feite gelijk blijft. De scores vallen met de nieuwe methode hoger uit, dus de oude en nieuwe getallen zijn niet te vergelijken. Voor kleine woningen (grondgebonden onder 80 m², appartementen onder 60 m²) geldt in bepaalde situaties een soepelere eis.

De eis geldt bij nieuwbouw. Biobased materialen kunnen er gunstig uitkomen, maar ik raad aan om het per project door te rekenen.

Zie ook: Biogene koolstof (CO₂-opslag), Biobased · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

μ-waarde (dampdiffusieweerstandsgetal)

Getal dat aangeeft hoeveel keer meer weerstand een materiaal tegen waterdamp biedt dan een even dikke laag stilstaande lucht.

Stilstaande lucht heeft een μ-waarde van 1. Een materiaal met μ 10 remt damp tien keer zo sterk als dezelfde dikte lucht.

Uit technische bladen: Gutex Thermowall-L heeft μ 3, een Claytec afwerkleem 5/10 en een kalkafwerking van Röfix (CalceClima Fino) 5 tot 20. Folies liggen vele malen hoger.

De μ-waarde alleen zegt nog weinig, want de dikte telt mee. Daarvoor gebruik je de sd-waarde. Een vuistregel die ik meegeef: zie je op het blad van een gevelafwerking een hoge μ-waarde, kijk dan extra goed of je opbouw nog naar buiten kan drogen.

Zie ook: sd-waarde, Dampopen, Leem, Houtvezelplaat · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

O

Opstijgend vocht

Grondvocht dat via de poriën van metselwerk omhoog trekt in een muur zonder goede waterkering, vaak zichtbaar als vochtrand met zoutuitslag.

Oude muren hebben vaak geen waterkering onderin. Vocht uit de grond trekt dan capillair omhoog. Je ziet een vochtrand op een vaste hoogte, met witte zoutuitslag en bladderende verf.

Lang niet elke natte plint is opstijgend vocht. Ik zie vaker bestrating die te hoog tegen de gevel ligt, spatwater, een lekke regenpijp of een cementpleister die het vocht vasthoudt. Eerst meten en de oorzaak zoeken, dan pas injecteren.

Op een muur met wat restvocht werkt een kalkpleister beter dan cement of gips. Kalk laat het vocht verdampen. Je kunt hem zien als een laag die zouten opvangt en die je na een aantal jaren vernieuwt.

Zie ook: Spatwater en plint, Capillair actief, Hydrofoberen · Meer over gevel › · Uitleg: Tim van den Berg

R

Rc-waarde

De warmteweerstand van een complete wand, dak of vloer in m²K/W. Hoe hoger de waarde, hoe beter de constructie isoleert.

De Rc-waarde telt de weerstanden van alle lagen op. Per laag is dat de dikte gedeeld door de lambdawaarde. 10 cm houtvezel met lambda 0,039 geeft al zo'n 2,6 m²K/W.

Vervang of vernieuw je bij een verbouwing de isolatie, dan geldt volgens RVO minimaal 1,4 voor de gevel, 2,1 voor het dak en 2,6 voor de vloer. Voor nieuwbouw eist het Bbl een stuk meer: 4,7 voor de gevel, 6,3 voor het dak en 3,7 voor de vloer.

Voor de ISDE rekent RVO met de Rd-waarde van het isolatiemateriaal zelf. Dat is iets anders dan de Rc van de hele constructie. Op offertes worden die twee regelmatig door elkaar gehaald. Let daar op als je vergelijkt.

Zie ook: Lambdawaarde (λ), U-waarde, ISDE · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

S

sd-waarde

De dampdiffusie-equivalente luchtlaagdikte in meters: de μ-waarde maal de laagdikte. Zegt hoeveel een laag in de praktijk damp tegenhoudt.

De sd-waarde is μ maal de dikte in meters. Een leempleister van 2 cm met μ 10 heeft een sd-waarde van 0,2 m. Die laag remt damp dus net zo sterk als 20 cm stilstaande lucht.

De Duitse norm DIN 4108-3 deelt lagen in met de sd-waarde: tot 0,5 m dampopen, vanaf 1500 m dampdicht. Daartussen spreek je van dampremmend.

Bij een gevel tel ik de sd-waarden van de buitenste lagen bij elkaar op. Een kalkpleister met silicaatverf blijft ruim onder de grens. Een dikke cementpleister met acrylaatverf niet. Dat verschil zie je na een paar winters terug op de gevel.

Zie ook: μ-waarde (dampdiffusieweerstandsgetal), Dampopen, Dampremmer, Dampscherm · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

Silicaatverf

Minerale verf met kaliwaterglas als bindmiddel die chemisch verkiezelt met een minerale ondergrond en dampopen blijft.

Silicaatverf ligt niet als een filmpje bovenop, maar verkiezelt met de ondergrond. Het waterglas reageert met kalk, steen of minerale pleister. Daarom werkt het niet op gips, hout of kunststof.

Volgens DIN 18363 mag een dispersiesilicaatverf maximaal 5% organische bestanddelen bevatten. Zit er meer in, dan mag het geen silicaatverf heten. Pure silicaatverf bestaat uit twee componenten die je vlak voor gebruik mengt.

Op gevels werk ik standaard met silicaatverf op kalk. Wacht wel tot de pleister voldoende gecarbonateerd is. De fabrikant geeft op het technisch blad een minimale standtijd en een wachttijd tussen de lagen.

Zie ook: Carbonatatie, Kalkverf, Dampopen, Hydrofoberen · Meer over gevel › · Uitleg: Tim van den Berg

Slagregen

Regen die door de wind schuin tegen de gevel wordt geblazen. De grootste vochtbelasting voor een gevel, vooral aan de kant van het weer.

Bij harde wind valt regen niet naar beneden maar slaat hij tegen de gevel. Water komt dan via haarscheuren, open voegen en slechte aansluitingen in de muur.

In Nederland komt het meeste weer uit het zuidwesten. Die gevel krijgt het zwaarst te verduren. Dat zie je vaak terug: uitgespoelde voegen en natte binnenmuren aan die kant. Groene aanslag zit juist vaak op het noorden, omdat die gevel weinig zon krijgt en langzaam droogt.

Bij binnenisolatie kijk ik eerst naar slagregen. Een gevel die nat wordt en door de isolatie minder warmte krijgt, droogt slechter. Eerst voegen en aansluitingen herstellen, dan pas isoleren. Bij een kalkgevel let ik extra op de dagkanten en waterslagen.

Zie ook: Hydrofoberen, Balkkop, Spatwater en plint · Meer over gevel › · Uitleg: Tim van den Berg

Spatwater en plint

Regenwater dat van maaiveld of bestrating terugspat tegen de onderkant van de gevel, in een zone tot ongeveer 30 cm boven het maaiveld.

Regen die op de tegels valt, spat terug tegen de gevel. Brillux noemt in een technisch blad een zone tot ongeveer 30 cm boven maaiveld of bestrating.

Die strook krijgt het zwaarst te verduren. Een houtvezelgevel of kalkpleister hoort daar niet tot op de tegels door te lopen. Je maakt een plint van een materiaal dat tegen water kan, of je houdt de gevel hoog genoeg en legt grind tegen de muur.

Wat ik veel tegenkom: bestrating die in de loop der jaren is opgehoogd tot boven de waterkering. Dan helpt geen enkele pleister. Eerst de tegels omlaag.

Zie ook: Opstijgend vocht, Slagregen, Houtvezelplaat, Strobalenbouw · Meer over gevel › · Uitleg: Tim van den Berg

Strobalenbouw

Bouwen met geperste strobalen als isolatie en soms als drager, aan binnen- en buitenzijde afgewerkt met leem- of kalkpleister.

Bij strobalenbouw worden balen stro in een houten frame gestapeld of zelf als dragende muur gebruikt. Aan beide kanten komt een dikke pleister van leem of kalk.

Volgens Baunetzwissen is de rekenwaarde voor lambda 0,052 W/mK als de halmen dwars op de warmtestroom liggen, en 0,080 in de lengterichting. In de huidige Europese beoordeling (ETA-17/0247) is de rekenwaarde dwars op de halm 0,049. Stro is daarmee als isolatie toegelaten. In Duitse brandproeven haalde een houtskeletwand met stro en aan twee kanten minimaal 10 mm kalkpleister 90 minuten brandwerendheid. Met 8 mm leem was dat 30 minuten.

Tim doet op strobalenwoningen het stucwerk. Volgens hem staat of valt het met droge balen, een goed in het stro gedrukte eerste laag leem en een onderkant die hoog uit het spatwater ligt.

Zie ook: Leem, Spatwater en plint, Houtskeletbouw (HSB), Biobased · Meer over stro › · Uitleg: Richard Kleefman

Stucdrager

Een ondergrond die je aanbrengt om pleister te laten hechten waar dat anders niet gaat, zoals rietmat, rietplaat, houtwolcementplaat of metaalgaas.

Op een houten wand, over leidingsleuven of op een mix van materialen houdt pleister niet vanzelf. Dan zet je eerst een stucdrager. Vroeger was dat riet op latten, nu ook rietplaat, houtwolcementplaat of metaalgaas.

In oude huizen kom ik nog plafonds tegen met riet en kalkpleister. Die zijn vaak prima te herstellen als het riet nog vastzit.

Bij leem werk ik graag met rietmat of rietplaat. Die geeft houvast en de opbouw blijft natuurlijk. Over een overgang van hout naar steen zet ik altijd weefsel in de pleister, anders krijg je precies op die naad een scheur.

Zie ook: Wapeningsweefsel, Hechtprimer (voorstrijk), Grondlaag (raaplaag) · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Tim van den Berg

T

Tadelakt

Marokkaanse kalkpleister die glad wordt gepolijst met een steen en ingewreven met zeep, waardoor het oppervlak waterafstotend wordt.

Tadelakt komt uit Marokko, waar het werd gebruikt voor waterreservoirs en hammams. Het is een kalkpleister die je na het opzetten met een polijststeen glad wrijft. Daarna wrijf je hem in met olijfzeep. Dat maakt het oppervlak waterafstotend.

Het gaat om een dunne laag van een paar millimeter, meestal in twee lagen. Kreidezeit komt bijvoorbeeld op ongeveer 3 mm in totaal. De dikte verschilt per product. Het is precisiewerk en kost veel tijd. Je moet het moment van polijsten precies treffen.

In een douche kan het, maar het vraagt onderhoud, en niet elke fabrikant adviseert het: Kreidezeit raadt zijn tadelakt af voor douches. Agressieve schoonmaakmiddelen tasten de zeeplaag aan. Wie een badkamer wil waar hij nooit meer naar hoeft om te kijken, is met tegels beter af.

Zie ook: Hydraulische kalk (NHL), Kalkputty, Luchtkalk · Meer over kalk › · Uitleg: Tim van den Berg

U

U-waarde

De warmtedoorgangscoëfficiënt in W/m²K: hoeveel warmte er door 1 m² van een bouwdeel gaat bij 1 graad verschil. Hoe lager, hoe beter.

De U-waarde is het omgekeerde van de totale warmteweerstand van een bouwdeel. Bij wanden praat je meestal over Rc. Bij ramen, deuren en kozijnen gebruik je de U-waarde.

Volgens het Bbl mag bij nieuwbouw elk raam, deur of kozijn maximaal 2,2 W/m²K hebben, en gemiddeld 1,65 W/m²K. Vervang je bij een verbouwing ramen, deuren of kozijnen, dan geldt volgens RVO maximaal 2,2 W/m²K.

Het telt ook voor de rest van de gevel, omdat de zwakste plek het vocht krijgt. Isoleer je een gevel goed en laat je enkel glas of oude kozijnen zitten, dan worden die de koudste plek. Het vocht slaat daar neer en de dagkant gaat schimmelen. Ik raad aan om kozijnen en dagkanten mee te nemen in het plan.

Zie ook: Rc-waarde, Lambdawaarde (λ), Koudebrug · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Richard Kleefman

V

Vochtbuffering

Het vermogen van een materiaal om vocht uit de binnenlucht snel op te nemen en later weer af te geven, zodat pieken in luchtvochtigheid afvlakken.

Na het koken of douchen schiet de luchtvochtigheid omhoog. Een wand die vocht buffert, haalt een deel van die piek weg en geeft het later weer af. De binnenlucht blijft rustiger.

Leem is daar sterk in. Voor leempleister kent DIN 18947 drie klassen voor waterdampopname; WS III is de hoogste. Het werkt via het oppervlak, dus een latexverf erover maakt het grotendeels ongedaan.

Vervang je ventilatie er niet mee. Een leemwand vangt pieken op, maar het vocht moet uiteindelijk wel naar buiten. Vergelijk je afwerkingen, kijk dan naar de klasse op het technisch blad.

Zie ook: Hygroscopisch, Leem, Fijnleem (afwerkleem) · Meer over leem › · Uitleg: Richard Kleefman

W

Wapeningsweefsel

Glasvezelgaas dat in de pleister wordt ingebed om spanningen te verdelen en scheuren te voorkomen, vooral op naden, overgangen en isolatieplaten.

Pleister kan goed tegen druk, maar slecht tegen trek. Werkt de ondergrond, dan scheurt hij. Een wapeningsweefsel in de pleister vangt die trek op en verdeelt hem.

Op een houtvezelgevel is weefsel standaard. Het gaat in de grondlaag, met overlap op de banen, en met extra stroken schuin op de hoeken van ramen en deuren. Daar ontstaan anders de bekende schuine scheurtjes.

Wat ik vaak zie: weefsel dat direct op de plaat ligt in plaats van in de pleister. Dan doet het niets. Het moet helemaal in de mortel zitten. Gebruik een gaas dat bij het pleistersysteem hoort, zeker bij kalk.

Zie ook: Houtvezelplaat, Grondlaag (raaplaag), Stucdrager · Meer over biobased verbouwen › · Uitleg: Tim van den Berg

Warmtecapaciteit

Hoeveel warmte een materiaal kan opslaan per kg en per graad (J/kgK). Bepaalt samen met de dichtheid hoe traag een bouwdeel opwarmt.

Een materiaal met veel warmtecapaciteit neemt veel warmte op voordat het zelf warm wordt. Dat vertraagt de zomerhitte in je dak en dempt temperatuurschommelingen binnen.

Houtvezel scoort hier goed. Steico geeft voor zijn houtvezelisolatie 2100 J/kgK op, tegen 800 J/kgK voor glaswol. Houtvezelplaat is bovendien zwaarder dan glaswol, dus per m² dak sla je flink meer warmte op.

In een HSB-woning of op een zolder merk je dat het meest. Een lichte constructie warmt snel op. Houtvezel als isolatie of een dikke leemwand aan de binnenkant brengt massa terug.

Zie ook: Faseverschuiving, Houtvezelplaat, Lambdawaarde (λ), Houtskeletbouw (HSB) · Meer over houtvezel › · Uitleg: Richard Kleefman

Warmtefonds

Het Nationaal Warmtefonds verstrekt leningen aan huiseigenaren voor energiebesparing, zoals de Energiebespaarlening, met lage of geen rente.

Het Nationaal Warmtefonds is een fonds dat door de overheid is opgezet, samen met banken, voor leningen om je huis te verduurzamen, bijvoorbeeld voor isolatie.

Met de Energiebespaarlening leen je volgens warmtefonds.nl tussen 1.000 en 29.000 euro. Is je verzamelinkomen (samen met je partner) lager dan 60.000 euro, dan betaal je 0% rente. Daarboven betaal je een rente die vaststaat voor de hele looptijd. Voor nieuwe leningen verandert die regelmatig, dus kijk op de site wat het nu is.

Ik raad aan om het te combineren met de ISDE: subsidie voor een deel, lening voor de rest. Check de voorwaarden op warmtefonds.nl voordat je tekent.

Zie ook: ISDE, Rc-waarde · Meer over subsidies › · Uitleg: Richard Kleefman