Soms is het duurder, maar minder vaak dan mensen denken. En het verschil zit meestal in het werk, niet in de zak materiaal.
Leem en kalk zet je in meerdere lagen, met droogtijd ertussen. Een gevel met houtvezel en kalk vraagt meer handwerk bij de dagkanten en aansluitingen dan een standaard gevelsysteem. Dat zie je terug in de uren.
Wat mensen vergeten, is wat je bespaart:
- Minder slopen. Een oude kalkpleister die vast zit, kan vaak blijven. Daar zet je leem of kalk op.
- Minder folie, tape en kit. Een dampopen opbouw heeft die lagen vaak niet nodig.
- Minder herstel later. Een muur die vocht kwijt kan, geeft minder schimmel en minder afgesprongen verf.
Waar het wel echt duurder wordt: als je een biobased opbouw half doet. Leem op de wand en dan latexverf erover. Of houtvezel binnen en een cementpleister buiten. Dan betaal je voor het materiaal en krijg je de werking niet.
Mijn advies is om niet per vierkante meter te vergelijken, maar per opbouw. Vraag elke partij om de lagen uit te schrijven. Voor richtbedragen kun je in de Kostenwijzer kijken, en over regelingen lees je op de pagina subsidie. Regels en bedragen veranderen per jaar, dus check altijd het jaar waarin je aanvraagt.
