Begin met een rondje langs de plekken waar vocht binnenkomt. Pas daarna ga je isoleren.
Bij een jaren-30 huis kijk ik altijd naar dezelfde dingen:
- Dak en goten. Een goot die overloopt, laat jarenlang water langs de gevel lopen.
- Voegwerk. Zijn de oude kalkvoegen ooit vervangen door harde cementvoegen? Dan zie je vaak kapotte stenen ernaast.
- De plint. Ligt de bestrating hoger dan het trasraam, dan staat je muur onderaan in het spatwater.
- Kruipruimte. Is die droog en zijn de roosters open?
- Binnen. Vochtplekken achter kasten, schimmel in hoeken, afbladderende verf op de buitenmuur.
Schrijf op wat je ziet en los het eerst op. Dat is vaak niet het spannendste werk, maar het is het goedkoopste moment.
Daarna maak je een plan voor het hele huis, ook als je het in delen uitvoert. Dak meestal eerst, dan gevel en vloer, en ventilatie meteen meedenken. Zo voorkom je dat je straks een net gestucte dagkant kapot hakt voor nieuwe kozijnen.
Twijfel je of een muur droog genoeg is voor binnenisolatie? Laat een bouwfysicus kijken. Wil je de valkuilen eerst op een rij, lees dan de gratis gids De 25 duurste fouten.
