Het kan allebei kloppen. Het hangt af van wat er aan de buitenkant van je opbouw zit.
De regel is dat de binnenkant dampremmender moet zijn dan de buitenkant. Is de buitenkant heel open, bijvoorbeeld een houtvezelplaat met kalkpleister, dan is de binnenkant met een luchtdicht afgeplakte plaat, zoals OSB, en leem vaak al genoeg. Zit er buiten iets dichters, zoals een onderdakfolie die niet erg open is of oude dakplaten, dan heb je aan de binnenkant wel een dampremmer nodig.
In daken en houtskeletwanden wordt dan vaak een vochtvariabele dampremmer gebruikt. Die is in de winter dichter en in de zomer opener, zodat de constructie naar binnen kan drogen.
Waar ik voorzichtig mee ben:
- Binnenisolatie op een oude massieve muur. Een folie houdt daar regenwater in de steen vast. Laat dit uitrekenen.
- Folie met gaten. Elke wandcontactdoos en elke schroef is een lek. Een folie werkt alleen als alles is overlapt, getaped en afgeplakt.
- Folie omdat het altijd zo gaat. Dat is geen reden.
Vraag je aannemer waarom hij hem wil, en op basis van welke berekening of welk systeemadvies van de fabrikant. Bij twijfel beslist een bouwfysicus, niet de stukadoor. Meer over isolatiematerialen lees je op houtvezel.
