De vaste combinatie is leem binnen en kalk buiten. Dat is geen gewoonte, dat heeft een bouwfysische reden.
Binnen leem. Leem neemt vocht uit de lucht op en geeft het weer af. Het vormt aan de binnenkant ook de luchtdichte laag van de strowand. Leem is zachter dan kalk en laat zich goed in het stro werken. Het nadeel is dat het niet tegen water kan, maar binnen is dat geen probleem. In de natte zone van een douche gebruik je geen leem, maar bijvoorbeeld tadelakt op een kalkondergrond.
Buiten kalk. Kalk is harder, kan tegen regen en blijft dampopen. Leem buiten kan alleen op een gevel die goed beschut is, onder een grote overstek. Op een open gevel aan de zuidwestkant spoelt leem uit.
Kalk binnen kan wel, maar je verliest een deel van de vochtregulatie. Kies het alleen in natte ruimtes.
Waar het vaak misgaat, is op de grens tussen de twee. Op een strobouw met een houtvezelplaat buiten komt de kalk op de plaat en niet op het stro. Dan gelden de regels van een houtvezelgevel. Zonder plaat gaat de kalk direct op het stro, en dan wil je een opbouw van minstens twee lagen met weefsel, met genoeg droogtijd ertussen. Hoe dat in de praktijk gaat, beschrijft Tim op zijn pagina's over leem en kalk.
Wat je nooit doet: cement op stro, of een kunststof verf over de kalk. Daarmee sluit je het vocht in.
