Meestal zijn het er twee of drie. Eén laag kan, maar alleen op een vlakke, gelijkmatige ondergrond.
Een normale opbouw:
- Grondlaag. Grove leem met stro, om de muur uit te vlakken. ClayTec houdt meestal 8 tot 15 mm per laag aan. Is de muur scheef, dan komen er twee grondlagen, met droogtijd ertussen.
- Weefsellaag. Een dun laagje met wapeningsweefsel, in het buitenste derde van de opbouw. Nodig op riet, houtvezel, gipsplaat en bij materiaalovergangen.
- Afwerklaag. Grove afwerkleem van ongeveer 5 tot 10 mm, of fijnleem van 2 tot 3 mm. Fijnleem zet ik vaak in twee dunne gangen: eerst een dunne laag, na droging de tweede.
Wanneer altijd minimaal twee lagen:
- Oud metselwerk met voegen. Bij één laag tekenen de voegen door.
- Riet en houtvezelplaat. Daar hoort een eerste laag met weefsel en daarna de afwerking.
- Een scheve of gemengde ondergrond. Fijnleem is geen uitvlakmiddel. Te dik gezet scheurt hij.
Wanneer één laag kan: op een vlakke, geschikte ondergrond, zoals glad beton met een hechtgrond. Dan volstaat soms één laag afwerkleem van 6 tot 10 mm.
Daar komt eventueel leemverf bovenop. Die strijk je meestal twee keer voor een egale kleur.
De belangrijkste regel: elke laag moet helemaal droog zijn voordat de volgende erop gaat. Natte leem op natte leem droogt traag, en dan krijg je vlekken en scheuren.
