De leem van het Nederlandse Oskam uit Emmen komt uit de voorlaatste ijstijd. Maar liefst 150.000 jaar geleden.
- Tim van den Berg

- 15 jul
- 4 minuten om te lezen
Menig stukadoor die op de bouwplaats staat en een handvol leem oppakt om die met water te mengen, gebruikt hij iets wat 150.000 jaar geleden onder een gletsjer lag. Dat verandert toch een beetje de manier waarop je naar leemstuc kijkt.
De leem die in Nederland wordt gebruikt voor stucwerk komt vaak uit onze eigen bodem. Om precies te zijn uit de omgeving van Emmen, op de Hondsrug.
Saale-ijstijd
Tijdens de Saale-ijstijd — ongeveer 370.000 tot 130.000 jaar geleden — was Noord-Nederland bedekt met een enorme ijskap uit Scandinavië. Op het hoogtepunt lag het ijs kilometers dik over wat nu Groningen, Drenthe en Friesland is.
Toen het ijs zich langzaam over het landschap voortbewoog, nam het alles mee wat het onderweg tegenkwam: fijn zand, klei, silt en zwerfkeien. Sommige van die keien kwamen helemaal uit Zweden en Zuidwest-Finland. Onder de ijskap, tussen het bewegende ijs en de bevroren bodem, werden al deze materialen door de enorme druk samengeperst tot een dichte, taaie massa. Dat is wat geologen keileem noemen. Letterlijk: leem met kei-fragmenten erin.
De laatste ijsstroom die deze streek vormde was de zogenaamde Hondsrug-ijsstroom. Deze bewoog snel van noordwest naar zuidoost en drukte de bodem samen tot lange, parallelle ruggen van keileem. De Hondsrug zelf - een verhoging in het landschap van 70 kilometer lang, van Groningen tot Emmen - is daarvan de meest zichtbare. Nergens anders in Europa is een dergelijke landschapsvorm te vinden. Alleen in Canada is iets vergelijkbaars bekend.
Toen het ijs na de Saale-ijstijd smolt, bleef in Noord-Nederland een dikke laag keileem achter. In Drenthe meestal 1 tot 3 meter dik, ergens vlak onder het oppervlak. In de laatste ijstijd - het Weichselien, die eindigde 11.600 jaar geleden - kwam er dekzand bovenop, maar de keileem eronder bleef ongewijzigd. En daar ligt hij nog steeds, honderdduizenden jaren later.
Van bouwput naar bouwplaats
Als vandaag in het Hondsruggebied wegen worden aangelegd, funderingen worden gegraven of bouwprojecten worden uitgevoerd, komt er soms keileem vrij. Vroeger werd die grond als afval beschouwd en afgevoerd. Vandaag krijgt het een tweede leven.

Het Nederlandse bedrijf Oskam v/f, gevestigd bij Emmen, verwerkt de vrijkomende keileem tot hoogwaardige bouwmaterialen. Wat het productieproces uniek maakt, is hoe weinig energie eraan te pas komt:

Eerst drogen door de wind. De keileem wordt niet in een oven verhit of chemisch behandeld. Hij wordt gedroogd door zon en wind. Puur passieve energie.
Dan verpulveren. De gedroogde leem wordt fijn gemalen. Grotere stenen en zwerfkeien worden uitgesorteerd.
Vervolgens mengen. Afhankelijk van de toepassing wordt de leem gemengd met zand of natuurlijke vezels zoals stro of houtsnippers. Ook dit zonder chemische toevoegingen.
Op de bouwplaats water toevoegen. Pas als de stukadoor op locatie komt, wordt de leem gemengd met water.

Tussen de gletsjer van 150.000 jaar geleden en de wand die vandaag wordt afgewerkt, zit vrijwel geen industriële bewerking. Geen bakproces op 900 of 1200 graden zoals bij cement of keramiek. Geen chemische reacties die grondstoffen omvormen. Alleen drogen, malen, mengen.
Waarom dit ecologisch bijzonder is
Vergelijk dit even met andere bouwmaterialen die we standaard gebruiken.
Cement, de basis van beton en veel stucwerk, wordt gemaakt door kalksteen te verhitten tot 1450 graden. Die verhitting is verantwoordelijk voor 8% van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Gips-stucwerk wordt gebrand op 150 graden. Keramische tegels worden gebakken op 1200 graden. Zelfs kalkstuc, dat zelf een ecologisch materiaal is, vraagt om een brandproces van ongeveer 900 graden.
Bij leem: niets van dat alles. De grondstof is klaar zoals hij uit de bodem komt. Wat de gletsjer 150.000 jaar geleden heeft gemaakt, gebruiken we vandaag zonder er substantiële energie aan toe te voegen. Dat is niet alleen ecologisch, het is bijna filosofisch. We voegen zelf niets toe. We gebruiken wat er al is.
En het is niet weg als het klaar is. Een leemwand die over 100 jaar wordt afgebroken, kan opnieuw gemengd worden met water en opnieuw gebruikt. De kringloop is compleet. Er is geen afval.
Wat dit betekent voor jouw huis
Voor een huiseigenaar die leem laat aanbrengen is het geologische verhaal misschien interessante achtergrond. Praktisch merk je andere dingen. Leem reguleert vocht, dempt geluid, houdt warmte vast en geeft die weer af. Dat wooncomfort komt voort uit dezelfde eigenschappen die de gletsjer 150.000 jaar geleden creëerde: de perfecte mix van klei, silt en zand die vocht kan binden en weer loslaten.
Wat een lemen wand in wezen doet, is de bodem opnieuw naar binnen brengen. In plaats van een chemisch product op je muur, breng je een materiaal aan dat al duizenden jaren stabiel in de Nederlandse bodem heeft gelegen. Met dezelfde eigenschappen. Zonder industriële omvorming.
Niet meer produceren, maar slimmer (her)gebruiken
Dit is de kern van ecologisch bouwen. Niet nog een nieuw wonderproduct ontwikkelen. Niet nog meer energie in materialen stoppen. Maar slimmer gebruikmaken van wat er al is.
Dezelfde filosofie ligt achter andere ecologische keuzes in de bouw: hergebruik van hout, natuursteen uit lokale groeven, hennep die op Nederlandse akkers groeit, schelpen als isolatie uit onze eigen zeeën. Alle materialen die in aanraking waren met de aarde, en met minimale bewerking weer terug kunnen keren in een woning.
Wat een lemen wand doet, is Nederlands landschap naar binnen brengen. Iets dat 150.000 jaar geleden werd gevormd door een gletsjer uit Scandinavië, wordt nu een muur in iemands huis. Zonder oven, zonder chemie, zonder afval.
Werken met ecologische materialen
Bij Ecogilde brengen we huiseigenaren persoonlijk in contact met vakmensen die werken met ecologische materialen — leem, hout, kalk, hennep, natuursteen. Voor wie meer wil weten over wat mogelijk is met natuurlijke bouwmaterialen in uw eigen woning.


